BlogsWild & Gevogelte

Ganzen tellen op een grauwe, bewolkte dag

De passie voor wild & gevogelte loopt bij Ruig als een rode draad door het bedrijf. Collega (en fanatiek jager) Daniël schrijft regelmatig verhalen voor ons personeelsblad, die eigenlijk veel te leuk zijn om voor onszelf te houden.

Ik kijk even naar buiten, grauw en bewolkt. Er was regen voorspeld, maar het is nu nog droog. De avond ervoor al het nodige aan spullen klaar gelegd, dus na mijn ontbijt de fietstassen vullen en op pad. Ik ben de straat nog niet uit of de eerste druppels vallen al naar beneden en al snel worden dat er dusdanig veel dat ik toch maar mijn regenbroek aantrek, de jas had ik wijs genoeg al aan. Ik fiets naar de brug in de toegangsweg naar het Twiske. Vanaf de brug hoop ik goed zicht over een deel van mijn telgebied te krijgen. Voor de goede orde, ik ben op pad om in het kader van de zomerganzentelling tussen 9:00 en 12:00 uur ganzen te tellen.

Met de vakanties, het is tenslotte eind juli, en daardoor afwezige mede-jagers, heb ik een stukje telgebied toegewezen gekregen dat aan de west- en oostkant van het Zuideinde in het dorp ligt. Lekker dichtbij. In verband met een muziekfestival die dag is het fietspad richting Twiske afgezet met hekken, het maakt het voor mij iets lastiger om op de gewenste plek te komen, maar ik ken de weg. Eenmaal op de beoogde brug kan ik met de 8x56 kijker over de Westplas en de polder turen. In de verte de A10 en de contouren van de hoogbouw van Amsterdam-Noord. Er staat veel hoog gras en riet en er zijn wat gemaaide percelen, maar er valt geen gans te bekennen. Ik besluit om met een andere kijker met meer vergroting de stukken met hoger gras af te speuren, wellicht steekt er hier en daar een kop bovenuit.

Heb je er eenmaal één dan vallen er al snel meer op. Statief uitvouwen en dan de kijker plaatsen. Deze vergroot van 20x en 40x tot 60x, de beste paar tientjes die ik ooit bij de Lidl uitgegeven heb voor deze kijker. Het mag echter niet baten. De boel maar inpakken en verder. Hier en daar bij wat open plekjes tussen de huizen door probeer ik een glimp op te vangen van wat ganzenpret. Noppes. Bij Ruig kan ik het terrein op fietsen. Achter bij de parkeerplaatsen heb je mooi zicht op de weilanden, daar kan ik zien of er nog wat rondhangt. Een kort praatje met Jan Ruig (vierde generatie, thans adjunct-directeur, red.) is hier de enige activiteit en ik rij weer verder richting Amsterdam-Noord. Net voordat het dorp ophoudt zie ik tussen de huizen door een groepje ganzen op een weiland zitten, het maakt zo’n dag toch weer compleet, je hebt dan niet het idee voor niets op pad te zijn. Fietsje aan de kant en door de kijker tellen. In de twintig Grauwen, een mooi begin.

Even verderop kan ik op het talud langs de A10 komen, daar kan ik mooi over de velden kijken. Hier zitten er toch nog wat meer. Grauwen en Nijlen. Ik krijg spontaan ganzentrek en ik bedenk me dat ik in de vriezer nog filets van Nijlgans heb liggen, kan ik morgen wel iets mee maken. Ik zit boven de 50 stuks, dus ik teken volgens telprotocol op een kaartje in waar deze grote groep zit. Het motregent nog gestaag, uitkijken dat de boel niet al te doorweekt raakt. Ik fiets iets terug om via een fietspad op Bombraak te komen. Net achter het nieuwe pand van Cor Voet heb ik weer mooi zicht op de weilanden die aan deze kant tussen Bombraak en het Zuideinde liggen. Een familie Nijlganzen peddelt rustig met mij mee en ik zie weer wat Grauwen in een veld vol gele boterbloemen zitten. Verderop zie ik een koppeltje Nijlen neerstrijken, die kunnen ook op de tellijst.

Via het rotondetje bij de Avia rij ik weer richting dorp. De eerste vroege festivalgangers druppelen letterlijk en figuurlijk binnen. Ik fiets nog een keer de toegangsweg het Twiske in. Toch nog maar even op de brug nog kijken. Het regent nu wel wat minder en in de verte doet de zon een poging iets van het grijze te doorbreken. Ook dit keer geen gans te zien, maar het is redelijk rustgevend als je in de motregen door een kijker staat te turen. Met een score van 110 Grauwe en 53 Nijl, vind ik het wel prima. Ik fiets richting huis om mij even om te kleden, door het natte, maar vooral warme weer wordt de binnenkant van de regenkleding op een gegeven moment ook nattig, maar dan doordat het toch niet zo ademend is als verwacht.

Nog even op- en neer naar Assendelft om de tellingen door te geven. Ik heb inmiddels via de app de resultaten van de andere Oostzaanse tellers doorgekregen. Kennelijk is er nog een flinke club Brandganzen in het Oostzanerveld blijven plakken, want er zijn een dikke 900 geteld. Deze verkiezen Nederland boven de op onherbergzame plaatsen gelegen kliffen en heuvels van Spitsbergen, Groenland en Noord-Rusland. Zo gek zijn ze nog niet. In Assendelft dit doorgegeven voor het totaalplaatje binnen onze WBE en er is nog tijd om bij te kletsen over de vossen in de regio. Na een colaatje en een tosti ga ik weer op hûs an.

Bijna thuis maakt de drukte duidelijk dat het festival losgebarsten is. Verkeersregelaars, taxibusjes die af- en aan rijden en een grote stroom mensen die zich te voet richting Twiske bewegen. Ik snap het wel als de ganzen voor vandaag een rustiger plekje hebben opgezocht. Het schiet me nog te binnen dat ik de filets van de eerder dit jaar geschoten Nijlganzen uit de vriezer zal halen zodat ze mooi in de koelkast kunnen ontdooien.