BlogsWild & Gevogelte

Oliebollenjacht: een eindejaarstraditie

De passie voor wild & gevogelte loopt bij Ruig als een rode draad door het bedrijf. Collega (en fanatiek jager) Daniël schrijft regelmatig verhalen voor ons personeelsblad, die eigenlijk veel te leuk zijn om voor onszelf te houden.

Oliebollenjacht foto jagers

Een traditie aan het einde van het jaar, de oliebollenjacht. Voor de goede orde, het gaat hier niet om het bemachtigen van de oudejaarsversnapering, maar om de laatste jacht van het jaar. Om 8:15 schuif ik dus aan bij een deel van het jachtgezelschap waar ik een uitnodiging van heb gekregen. Ook de rest van het clubje druppelt binnen en na de nodige bakken koffie gaan we op pad. De nadruk ligt bij zo’n dag op gezelligheid en niet zo zeer op het tableau.

Bij het jachtveld splitsen we ons in twee groepjes. Vier man gaan op een verder gelegen perceel aan de gang, het groepje waar ik deel vanuit maak zal over een ander deel gaan lopen. In tegenstelling tot een eerdere jacht, is het veld deze keer een stuk droger en er is dit keer geen sprake van een waterpolo-veld.

Het is nog wat bewolkt, maar het zonnetje doet aardig zijn best door te breken. Met een lijn van vier en twee strategisch geplaatste posten gaan we het veld op. Al snel zien we de eerste hazen vol gas en vooral buiten schot wegstuiven. Het is prachtig om te zien wat een snelheid die beesten kunnen halen. Sommigen maken in volle vaart een sprong over een sloot naar een ander weiland. Wát een atleten.

Vlak voor het einde van het veld hebben we de eerste haas binnen. Vanuit de dekking van wat oud hout zette deze het op een lopen en nadat door twee man werd gemist, viel het doek uiteindelijk bij de derde. Een tweede stuk weiland levert verder niets op. Terwijl we teruglopen naar de posten, zien we op het stuk land achter hen ook al weer een flink aantal hazen rennen en springen.

Uit het verhaal van de mannen op post kunnen we opmaken dat er een aantal kleine hazen voorbij waren gestoven. Deze zijn bewust gespaard, die mogen nog wat gaan groeien. Je hebt als jager de verplichting de stand op peil te houden. We laten dit gebied verder met rust en gaan op pad naar een ander boerenbedrijf. We maken een kort praatje met de boer, die had toch wel wat last van kolganzen. Een soort die in de wintermaanden vanuit het hoge Noorden hier de winter doorbrengt, te herkennen aan de witte “kol” rond de snavel en het hoge gegak.

Leg het de man dan maar uit dat die in verband met de wettelijk ingestelde rustperiode niet bejaagd mogen worden. Zijn land ziet er bij vlagen zwart van. De enige soort die we nu mogen bejagen is de Nijlgans. Na dit praatje gaan we het veld in en zetten we ook hier weer twee man op post en vier met hond de wei in.

Het zonnetje begint nu echt door te breken en maakt het zicht over de velden nog fraaier. De dauw hangt nog aan het gras en door het zonlicht is het een waar sterrentapijt. Je wordt er vanzelf poëtisch van. Van een overtrekkend koppeltje Nijlen valt er één door een vol schot uit de lucht. Onze jachtkompaan Sam, haalt deze al kwispelend binnen. Verder stikt het ook hier weer van de hazen, we zien ze genoeg op afstand wegstuiven en met een grote boog om ons heen naar veiliger oorden rennen. Een enkeling neemt een frisse duik om aan de andere kant van het water in een wolk van druppels verder te sprinten.

Met zo’n gebied vol hazen, moet het er toch wel een keer van komen dat er mogelijkheden zijn. Uit een greppel voor mij springt een haas op en die zet het net als de anderen op een lopen. Een welgemikt schot gaat over de kop van het beest. Dan heb je een kans en dan is het zowaar mis… Het kan allemaal gebeuren. We lopen weer verder en zien in de verte nog een koppeltje fazanten met het inmiddels opgegroeide kroost op het gemak naar wat voedsel scharrelen. Van al die hazendrukte zijn ze niet echt onder de indruk.

Er volgt geen kans meer en na het nodige geklauter over hekken en dammen zijn we weer op het boerenerf vanwaar we vertrokken. Een buur-boer maakt ook even tijd voor een praatje en een kennismaking. Ook hij doet zijn beklag over de aantallen ganzen die ook bij hem regelmatig ongenodigd op bezoek komen. Hij houdt het verder kort, hij moet nog naar zijn koeien toe om wat voorzorgsmaatregelen te treffen voor het vuurwerk van oudejaarsavond. Het vee is daar gevoelig voor. We lopen nog een laatste weiland na, maar verder geen buit.

Het is inmiddels zo rond half één en we bellen even met het andere clubje. Kennelijk zaten zij op de plekken waar onze hazen naar toe gerend zijn, zij hadden er een stuk of tien voor de koeling liggen. Met die van ons en de Nijlgans, is het toch een aardig tableau geworden. We spreken af in een plaatselijk eetcafé en sluiten in gezelligheid af met de bijbehorende verhalen, een frisje of wat sterkers en een portie kipsaté met patat. Op de terugweg naar huis bedenk ik me dat ik nog oliebollen moet halen…